Je kunt planten afleggen door een buigzame tak naar de grond te leiden, een stukje onder de aarde vast te zetten en de top boven de grond te houden. De tak blijft aan de moederplant zitten terwijl er wortels ontstaan. Pas als de aflegger voldoende eigen wortels heeft, maak je hem los.
Deze eenvoudige manier van afleggen levert een bescheiden aantal nieuwe planten op. Naast de struik moet maandenlang ruimte vrij blijven voor de tak. Heb je de houtige takken al afgeknipt, volg dan onze uitleg over een winterstek. Daarbij begint de beworteling met los materiaal.
Kies een bekende struik en het juiste seizoen
Zoek eerst de naam van de plant op. Forsythia is een van de struiken die NC State Extension noemt voor eenvoudig afleggen. Kies een gezonde plant met lage takken die de grond kunnen bereiken. Laat beschadigde takken of takken met verdachte groei zitten.
Volgens de RHS-uitleg over afleggen zijn het najaar en voorjaar geschikt voor bladverliezende planten. Groenblijvers reageren beter in het voorjaar. Plaatselijk advies kan afwijken. UC Marin beschrijft het vroege voorjaar of de late zomer. Stem de methode af op de plant en het klimaat. Wacht bij bevroren of doorweekte grond.
Bedenk ook waar de nieuwe struik uiteindelijk terechtkan. De aflegger neemt de groeiwijze van de moederplant over en heeft later de ruimte van een volwassen struik nodig. Noteer een mogelijke plek voordat je meerdere exemplaren maakt van een plant die maar één keer in je tuin past.
Probeer eerst of de tak de grond haalt
Buig een jonge, soepele buitentak voorzichtig omlaag. Er moet genoeg lengte overblijven voor een stukje onder de grond en een vrije top die omhoog kan wijzen. Stop zodra de tak sterk tegenwerkt of begint te splijten. Een dikke, rechtopstaande tak past niet bij deze eenvoudige methode dicht bij de grond.
Markeer waar het middelste deel de aarde raakt. Kies een plek buiten het looppad, waar je later met een gieter bij kunt. De verbinding moet bij het wieden en ander tuinwerk met rust kunnen blijven.
Maak daar een klein stukje grond los. Haal onkruid weg en verkruimel harde kluiten. Leg een stevige draadpen en een kort steunstokje klaar. Schrijf de plantennaam en begindatum alvast op een etiket. Een onopvallende lage tak wordt anders makkelijk meegenomen bij de volgende opruimronde.

Zet het midden vast en houd de top omhoog
Maak een ondiep geultje op de plek waar de tak komt te liggen. Controleer vóór het afdekken of jouw plant een wondje of een bewortelingsmiddel nodig heeft. De University of Florida noemt verwonden als een mogelijke manier om beworteling te stimuleren. Snijd de tak daarbij nooit helemaal door.
Bij de basismethode van NC State bedek je een deel van de tak met aarde en blijft ongeveer 15 tot 30 cm van het uiteinde vrij. Zet de top omhoog tegen het stokje. Een losse bindlus moet de tak ondersteunen zonder hem af te knellen.
Zet het lage deel met de draadpen vast in het geultje. Dek het af met grond en druk die voorzichtig aan. Verwijder blad van het gedeelte dat onder de aarde komt. Geef bij droge grond water en laat het rustig intrekken. Controleer daarna of de tak nog contact maakt met de grond en de top vrij is gebleven.

Verzorg de aflegger tot hij eigen wortels heeft
Voel regelmatig of de grond bij het afgedekte stuk nog vochtig is, vooral wanneer het warmer wordt. Laat de plek niet uitdrogen, maar houd de grond ook niet voortdurend doorweekt. NC State legt uit dat een bewortelingsmedium zowel vocht als lucht moet bevatten. Verwijder onkruid voorzichtig en kijk of de draadpen nog goed vastzit.
Reken op een groeiseizoen of langer, afhankelijk van de plant. Purdue Extension beschrijft voor de meeste struiken een seizoen of meer. Een datum in de agenda helpt je aan controle te denken; hij bepaalt niet wanneer je moet knippen.
Schuif in de geschikte controleperiode voorzichtig wat grond opzij om naar ontwikkelde wortels te kijken. Zie je maar enkele wortels, dek ze dan weer af en verzorg de vastzittende tak verder. Heeft de aflegger voldoende eigen wortels, knip dan de verbinding aan de kant van de moederplant door. Til het jonge plantje voorzichtig op en bescherm de wortels. Pot het op of plant het op een geschikte, voorbereide plek en blijf tijdens het aanslaan het vocht controleren.
Voor de latere uitstraling van de border kun je met Gardenly plantvormen op een tuinfoto vergelijken. Bewaar je vermeerderingsnotities bij de echte plant. Een tuinbeeld laat niet zien of de begraven tak al wortels heeft.